Filteren

Verfijn je keuze in deze categorie. Zoeken op auteur, ISBN, title of trefwoord? Dat kan eenvoudig via zoeken bovenaan.

Staat
Prijsrange
  • Filter

    Reviews

    Gemiddelde score voor Boek2

    Goede communicatie,

    snelle levering en prima verpakt.

    Extra korting

    %

    Meer boeken is meer korting!

    • Vanaf 5 boeken
    • Vanaf 10 boeken
    • Vanaf 15 boeken
    • Vanaf 20 boeken
    • 5% korting
    • 10% korting
    • 15% korting
    • 20% korting

    Lood - zkv 2003...

    Lood - zkv 2003 [Bibliofiele uitgave t.g.v. de jaarwisseling 2002-3]

    Cahiersteek, als nieuw. Het zeer korte verhaal werd op verzoek van Martien Frijns en Abels Taalzaken geschreven door A.L. Snijders. De tekst is gezet uit de Garamond, Gills Sans, een houten biljetletter, gedrukt op 90 grams Hahnemuhle Ingres en 175 grams Diamant Grijsgroen. De oplage bedraagt 175 genummerde en gesigneerde exemplaren, dit is nummer 42A. Dit exemplaar komt met een handgeschreven Erratum en een uitgebreide handgeschreven brief aan Lieve Joosje waarin de auteur uitlegt dat hij deze reeks van 1 t/m 60 A (rode letter A) stiekem heeft gemaakt voor zijn 55 vrienden. Als je een exemplaar met een rode A hebt, dan ben je lid van "onze" club van 55 en niet van 175. Dit betreft dus een exemplaar voor de speciale vrienden, met daarbij de brief en het erratum. Zeldzaam en uniek. A.L. Snijders is het pseudoniem van Peter Cornelis Müller (1937-2021).

    Peter Cornelis Muller studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1965 tot 1998 werkte hij als docent Nederlands op verschillende middelbare scholen en aan politieschool De Cloese in Lochem. In 1992 debuteerde hij als schrijver met Ik leef aan de rand van de wereld. Daarna verwierf hij bekendheid met zijn columns, onder meer in Het Parool, en groeide hij uit tot een van de belangrijkste schrijvers van het zeer korte verhaal (zkv).

    In 2006 verscheen, in de reeks van Stichting De Roos, L.H. en A.L. / A.L. en L.H., een gezamenlijk geschreven boek met auteur L.H. Wiener. Datzelfde jaar bracht AFdH Uitgevers zijn eerste zkv-bundel uit: Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. In deze bundel werden 336 zeer korte verhalen verzameld. Het boek werd geïllustreerd door zijn jongste zoon, Gijs Müller (1971), en kreeg veel lof in de media, onder anderen van NRC-recensent Pieter Steinz.

    Voor zijn volledige oeuvre ontving hij in 2010 de Constantijn Huygens-prijs. Sinds 2012 wordt bovendien jaarlijks de A.L. Snijdersprijs uitgereikt voor verhalen van maximaal 220 woorden.

    Snijders droeg jarenlang wekelijks een eigen zkv voor in het VPRO-radioprogramma De Avonden, totdat dit programma in december 2013 stopte. Daarnaast las hij verhalen voor in het KRO-NCRV-programma De Ochtend van 4 en was hij regelmatig te gast op literaire podia.

    Vanaf 11 mei 2015 publiceerde hij iedere week een zkv in DS Weekblad, de weekendbijlage van de Belgische krant De Standaard. In datzelfde jaar stelde hij voor Nederland Leest een bloemlezing samen met veertig korte verhalen van andere auteurs, bedoeld als een staalkaart van de Nederlandse literatuur. Deze bundel verscheen in november 2015. Ook schreef hij jarenlang zkv’s voor de VPRO GidsHij trouwde 3 maal, had 5 kinderen en is in 2021 (op 83 jarige leeftijd) plotseling, aan zijn bureau, overleden.

    A.L. Snijders; Peter Cornelis Müller; Martien Frijns (ontwerp); Paul Abels (redactie);

    € 400,00

    Uniek Fotografisch...

    Uniek Fotografisch document van Eddy Posthuma de Boer over Willem Frederik Hermans (Gesigneerd)

    (een vrij dikke, stevige) Bedankkaart (foto) met daarop de handgeschreven tekst: Geheime Praktijken (Praktyken) van W.F. Hermans, Dank voor het unieke nieuwjaarsboek (handtekening Eddy Posthuma de Boer). Op de voorkant is een foto te zien van het naambordje van W.F. Hermans Tandtechnisch- en Keramisch Laboratorium. Inclusief de originele Copyright stempel en de karakteristieke handtekening van Eddy Posthuma de Boer (1931-2021)

    De term "geheime praktijken" in relatie tot W.F. Hermans kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd: zowel als thema in zijn literaire werk (paranoia, spionage) als in de zin van zijn eigen, vaak polemische en stiekeme optreden tegen critici. In veel van zijn boeken, met name in De donkere kamer van Damokles, spelen geheime, duistere praktijken en spionage een centrale rol. De hoofdpersoon, Osewoudt, verricht opdrachten voor de mysterieuze Dorbeck, maar het is onduidelijk of deze praktijken echt zijn of voortkomen uit een hallucinatie. Thema: Misverstand en Chaos: In verhalenbundels zoals Paranoia en Moedwil en misverstand worden personages vaak slachtoffer van ondoorzichtige, geheime intriges en miscommunicatie. Ze proberen vergeefs orde te scheppen in een chaotische werkelijkheid. Polemische praktijken: Hermans stond bekend om zijn felle, vaak "achterkamerse" aanvallen op de culturele en literaire gevestigde orde. Hij schreef vernietigende kritieken en bespotte zijn tegenstanders (o.a. verzameld in Mandarijnen op zwavelzuur), waarbij hij niet schuwde om "geheime" of private informatie over hen te gebruiken om ze in diskrediet te brengen. De "onvoltooide" autobiografie: Hoewel Hermans veel autobiografisch materiaal in zijn boeken verwerkte, is een grootschalig, expliciet autobiografisch project er nooit gekomen, wat ook kan worden gezien als het afschermen van zijn werkelijke "geheime" leven. 

    Eddy Posthuma de Boer; W.F. Hermans;

    € 200,00

    Mannenfantasie -...

    Mannenfantasie - Mannerphantasien

    Zeldzame set boeken. Duitse versie samen met de Nederlandse (ingekorte) vertaling. In totaal 3 boeken, zie foto. De Duitse uitgave bestaat uit 2 DTV pockets, Band 1 en Band 2.

    In een gedetailleerde studie gaat Theweleit na, waar de oorsprong van het Duitse fascisme ligt. Hij komt uit bij het zogenaamde Freikorps, een groep officieren en soldaten, die hun sporen in de koloniale expedities in Afrika en in de Eerste Wereldoorlog verdienden. Teleurgesteld over de republiek van Weimar keerden zij zich af van maatschappelijke vernieuwingen en stelden zich teweer tegen elk revolutionair initiatief dat zich in Duitsland voordeed.

    Theweleits analyse richt zich niet in eerste instantie op politieke documenten. Hij baseert zich op brieven, dagboeken en romans uit de jaren twintig en zoekt naar de functie die taal heeft als bemiddelaar tussen het lichaam en de realiteit. In het middelpunt staat de vraag naar de aantrekkingskracht van geweld, wat voor voordeel het geweld deze ‘soldaatmannen’ oplevert. Theweleit concentreert zich op de psychofysieke component waarbij hij door de psychoanalytische benadering van Foucault en Deleuze/Guattari geïnspireerd is. Dit houdt in, dat hij verder gaat dan alleen met het etiket ‘homoseksualiteit’ te zwaaien, wanneer het gaat om het analyseren van mannenvriendschappen en het uitbannen van elk spoortje vrouwelijkheid dat een man bij zichzelf kan ontdekken. Theweleit construeert geen hecht staketsel van theorieën. Hij houdt bewust de theoretische basis open om niet als alwetende verteller de lezer te beleren. Hij moedigt de lezer aan om aan het materiaal eigen associaties en conclusies te verbinden. Deze methode wordt consequent toegepast.

    De auteur introduceert zijn thema met de beschrijving van een schilderij dat in de woonkamer van zijn ouders hing. Vanuit deze persoonlijke herinnering gaat Theweleit ongemerkt over op de persoonlijke roerselen van zijn ‘soldaatmannen’. De indruk ontstaat dat de persoonlijkheidsstructuur van de ‘soldaatmannen’ niet zo ver van de alledaagsheid van elke man (uit die tijd?) staat. In een losse vertelmanier die gedeeltelijk bijna literair is, geeft Theweleit een schets van het ontstaan van wat hij ‘het Ich van de niet volledig geborene’ noemt. Hij beschrijft met medelijden het drama van een opvoeding die erop gericht is om het mannelijke kind hard, weerbaar en deugdzaam te maken. In een historische schets trekt de disciplineringsmachinerie van de burgerlijke ‘beschaving’ aan ons voorbij, waarbij hygiëne en lichamelijke straffen in elkaars verlengde liggen. Het bedreigde lichaam van het kind kan niet rustig opgroeien, het moet zo snel mogelijk een pantser als bescherming om zich heen vormen. Deze opvoedingsstrategie wordt ondersteund door een heel arsenaal van deugden en idealen die aan het kind opgedrongen worden. De Zwitserse psychoanalytica Alice Miller heeft al op de narcistische storingen gewezen die optreden als een kind in zijn lichamelijkheid en behoeften systematisch ontkend wordt. Ook zij komt tot de conclusie dat een kind daardoor zijn affectieve bindingen niet op mensen kan richten. Theweleit levert bij zijn ‘soldaatmannen’ een voorbeeld hiervoor: zij houden van ‘het vaderland, het uniform, andere mannen als kameraden, het leger, het wapengevecht en dieren’. Opvallend is dat alleen het laatste een levend wezen is. Het is niet verbazingwekkend dat vrouwen in deze reeks niet voorkomen. Vrouwen zijn de gezichtloze ander, of als zij een gezicht hebben, zijn zij het schrikbeeld, de verslindende, castrerende hoer waarop alle slechte eigenschappen geprojecteerd worden. Kan de vader nog als vertegenwoordig van het abstractum ‘vaderland’ gezien worden, de moeder moet vernietigd worden omdat zij het levendige, stromende representeert dat een bedreiging voor het lichaamspantser vormt. Theweleits studie sloeg eind jaren zeventig in als een bom, omdat hij een bepaalde groep mannen exemplarisch stelde voor tendensen en strategieën in onze maatschappij in het algemeen. Het is niet moeilijk om in zijn redeneertrant variaties op de huidige dehumanisering en de consequenties daarvan te bedenken. Vanuit vrouwenstudies wordt dit ruimschoots gedaan: Theweleits verdienste is het om van de ‘andere kant’ van de seksekloof een beeld te schetsen van de ontmenselijking van mannen. Theweleit doet dit met nuchtere verontwaardiging waarbij hij - in tegenstelling tot Foucault - zo veel mogelijk ook het gezichtspunt van vrouwen beschrijft. Bij het lezen van zijn boek word je genoodzaakt om je opnieuw te verdiepen in de vele verhardingen in de seksediscussie. Het is dan ook zeer loffelijk dat Mannenfantasie nu in een door de auteur geautoriseerde verkorting in het Nederlands is verschenen. Het Nijmeegse vertaalcollectief heeft met grote voorzichtigheid de taalscheppingen in het Nederlands getransformeerd, en waar dat niet mogelijk was, in het Duits gelaten. Ook is het belangrijk dat het beeldmateriaal dat Theweleit ter illustratie in zijn boek verwerkte, in de Nederlandse uitgave gehandhaafd is, aldus Margret Brügmann. Wetenschappelijk medewerkster Algemene Literatuurwetenschap aan de Katholieke Universiteit Nijmegen

    Klaus Theweleit; Ragnar Bogaert (vertaling);

    € 125,00
    Bezig met laden...
    close

    Favorietenlijst